Van praten en zingen naar lezen en andersom: de leespraatmethode

 

 

Mijn eerste van Dale babyboekje

Babygym

Babba Baby dierenpret

Babba Baby kusjes en knuffels

Billen Buikje Boelieboem 

 

Mijn eerste Van Dale voorleeswoordenboek

Praten doe je zo, zegt Boo

Kinderboerderij

Dansen Springen Buigen

Drie haasjes gaan eten

 

 

Mijn eerste abc E-Book

Het grote letter- en cijferspel van Tuk  

 

  

Het abc van Tuk

Het grote abc van Tuk

Het grote beroepenboek van Tuk

Het grote cijferboek van Tuk

Het grote verkeersboek van Tuk

 

  

Mijn tweede Van Dale voorleeswoordenboek

Kim en Tom

Van de aap en de kip

Jap is op Joz

Mik is dik

Po was een muis

Mijn derde Van Dale samenleeswoordenboek 

 

TIPS OM MET JE KIND PLEZIER TE HEBBEN

*Praat met je kinderen.

*Doe spelletjes met ze (als je met je kind op de grond zit en je speelt met een popje, gaat het kind vanzelf meespelen)

*Lees voor. Er zijn voor elke leeftijd boekjes en boeken gemaakt. Daar leren kinderen heel veel nieuwe woorden van.

*Zeg rijmpjes en versjes voor ze op.

*Zing liedjes voor ze, maak muziek.

*Beweeg en dans met je kinderen.

 

 

 

HEEL BELANGRIJKE TIP

Praat, speel en zing thuis met je kind in de taal waarin je het beste bent.

Als kinderen goed kunnen praten in hun moedertaal, leren ze gemakkelijk een andere taal erbij.

 

NOG EEN HEEL BELANGRIJKE TIP

Baby's kunnen en begrijpen al veel meer dan je als ouder vaak denkt.

 

WAT LEREN ZE DAARVAN?

Als je veel aan kinderen voorleest, samen met ze naar de wereld kijkt en veel met ze zingt, leren ze vanzelf allerlei dingen die belangrijk zijn voor het leren lezen.

 

*Ze leren woorden aan beelden en dingen koppelen.

*Ze leren zich concentreren.
*Ze ontwikkelen hun fantasie.
*Ze leren kijken, vergelijken en zoeken.
*Ze krijgen plezier in taal.
*Ze leren rijmen.
*Ze leren overeenkomsten en verschillen tussen klanken herkennen.
*Ze krijgen gevoel voor humor.
*Ze leren meer woorden en gaan ze ook gebruiken.
*Ze krijgen taalgevoel.
*Ze krijgen ritmegevoel.

 

EERST PRATEN EN ZINGEN, DAN LEZEN

We willen allemaal graag dat onze kinderen zonder problemen leren lezen.

Daar kunnen wij ze bij helpen.

Hoe?

Vooral door samen veel plezier te hebben.

Wacht daarmee niet tot ze kunnen praten of lopen.

Een kindje kan al horen en voelen in de buik!

Lees je kindje dus voor vanaf het begin.

Er zijn stoffen babyboekjes, kartonboekjes die ook peuters nog steeds leuk vinden en liedjes voor baby's en peuters.

 

 

 

bestellen

 

Een peuter van twee die nog niet zoveel verstaanbare woorden zegt, verstaat en begrijpt al minstens 2000 woorden.

Welke woorden dat zijn?

Daar kunnen we achterkomen door ze kleine opdrachtjes te geven.

Mag ik een kusje?

Ga je knuffelkonijn maar pakken.

Zet de beker maar op tafel.

 

 

 

Meestal leren kinderen eerst praten en daarna lezen.

Kunnen praten en ook liedjes zingen gaat vooraf aan leren lezen.

Samen hardop woorden zeggen en zingen bevordert de goede uitspraak.

Een goede uitspraak vergemakkelijkt het leren lezen weer.

 

EERST LEZEN, DAN PRATEN, DE LEESPRAATMETHODE

Soms hebben kinderen moeite met leren praten.

Bijvoorbeeld omdat ze doof zijn, RETT syndroom hebben of het syndroom van Down.

Deze kinderen leren soms eerst lezen en eventueel daarna praten.

 

Mijn broer was doof.

Mijn moeder hing in 1953 ons huis vol met briefjes met woorden erop:

schilderij, stoel, bank, tafel, kast.

En als ze met mijn broer langs die dingen liep, dan zei ze de woorden langzaam hardop, terwijl ze daarbij mijn broer aankeek.

Mijn broer leerde snel lezen en leerde goed praten.

Ik ook trouwens. Want ik zag ook al die briefjes hangen natuurlijk.

 

Hier zie je mij als driejarige bij mijn favoriete gouden boekje: Poes Pinkie.

 

HET GROTE LETTER- EN CIJFERSPEL VAN TUK

In 2010 kreeg ik van Heidi van Ginkel, moeder van een kind met Down artikelen opgestuurd uit Down + Up, het full colour magazine van de Stichting Downsyndroom.

In dit magazine bespreekt Heidi mijn boeken.

Omdat ze geschikt zijn voor hun kinderen.

Daar ben ik heel blij mee.

En verder staan er artikelen in over de methode Leespraat.

Volgens die methode leer je kinderen met Down eerst lezen.

En aan de hand van die woordbeelden praten.

En ze hangen briefjes op bij voorwerpen.

Precies zoals mijn moeder dat 60 jaar geleden al deed.

 

Daarom maakte ik Het grote letter- en cijferspel van Tuk.

Met de kaartjes kun je allerlei spelletjes doen.

Peuters en kleuters grabbelen in een doos en kijken naar de plaatjes.

Ze leggen de kaartjes op elkaar of op een rij.

Plaatjes benoemen is erg belangrijk.

 

 

bestellen

 

Met grotere kinderen kun je woorden en zinnen leggen, op tafel, in de frames.

En je kunt ook woorden en zinnen leggen als verrassing op de bank, op de wc, op een stoel, onder bed enzovoort.

 

 

LIEDJES ZINGEN

Ik heb cd's gemaakt met gemakkelijk mee te zingen liedjes voor baby's, peuters, kleuters en beginnende lezers: Babygym, Billen Buikje Boelieboem en Circus Pindasaus.

Omdat muziek in een ander deel van je hersenen zit dan taal, werken liedjes voor iedereen, ook voor kinderen met dyslexie.

 

 

bestellen

 

Met veel liedjes kunnen de kinderen meebewegen.

Veel liedjes gaan over dieren.

Michiel Megens heeft vrolijke melodietjes gemaakt en zoveel leuke geluiden toegevoegd aan de liedjes, dat de kinderen mee kunnen zingen met de geluiden en de teksten van de liedjes.

Klik op de omslagen voor meer informatie.

In de cd-verpakking zit ook een tekstboekje met de teksten van alle liedjes die op de cd staan.

 

PRATEN DOE JE ZO, ZEGT BOO

In het boekje Praten doe je zo, zegt Boo gaat het aapje Boo met zijn moeder naar de logopediste.

In het boek staan allemaal taalspelletjes.

Lees het boekje voor en speel ook thuis een of meer van de spelletjes met je kind.

 

 

bestellen

 

WOORDENSCHAT

Om te kunnen praten en om te leren lezen heb je een grote woordenschat nodig.

Hoe komt een kind aan een grote woordenschat?

Praat veel met je kind en lees vaak voor.

In boeken staan vaak andere woorden en formuleringen dan die je zelf gebruikt.

80% van de woordenschat van jonge kinderen komt voort uit voorgelezen worden.

Kinderen leren spelenderwijs een heleboel woorden en zinnen als je vaak voorleest.

Heb je niet het Nederlands als moedertaal, vertel dan in je moedertaal aan het kind wat je ziet op de plaatjes.

Of praat in het Nederlands mee met anderen die versjes of verhaaltjes voorlezen zoals op de cd-roms van Mijn eerste Van Dale en Mijn tweede Van Dale.

In Mijn eerste Van Dale staan 750 versjes en plaatjes bij de 1000 vroegst geleerde woorden.

 

 

bestellen

 

In Mijn tweede Van Dale staan 300 versjes en verhaaltjes rond abstracte begrippen, met leuke vragen waardoor je met je kind over het begrip kunt praten en filosoferen.

 

 

bestellen

 
LETTERS, KLANKEN, DUBBELKLANKEN, PRATEN EN PLAATJES BENOEMEN
 
    
 
Het abc van Tuk is een boek vol letters, klanken, rijmpjes, cijfers en plaatjes. 
 
 
bestellen
 
Ik heb het geschreven omdat ik merkte dat er voor kinderen geen boek bestaat waarin ze zelf de letters en de bijbehorende klanken kunnen opzoeken. 
Achterin heb ik ook de cijfers 1 tot en met 20 opgenomen, omdat cijfers net als letters symbolen zijn die kinderen moeten leren lezen. 
 
Het grote abc van Tuk is een vergrote en uitgebreidere versie van Het abc van Tuk. 
 
 
bestellen
 
Maar wel zonder de cijfers 1 tot en met 20. 
Het is een letterboek, waarin op de linkerpagina de letter a bijvoorbeeld te zien is als kleine letter, maar ook cursief en vet. 
De a is ook gedrukt in een ander lettertype, met schreef. 
Ook de schrijfletter a staat erbij. 
En ook de a uit het handalfabet van doven en slechthorenden en de a uit het braille alfabet staat op de pagina. 
Als je op de witte stippen ronde stickertjes plakt met een diameter van 9 mm, dan kan ook een blinde de letter van de bladzijde meelezen. 
En sowieso is het interessant om ook deze alfabetten te leren kennen.
 
Mijn eerste abc is een E-Book.
Het is gebaseerd op Het abc van Tuk en Het grote abc van Tuk.
 
  
 
bestellen
 

Dit E-book, Mijn eerste abc, is een abc-boek met grappige voorleesversjes, leuke plaatjes en duidelijke letters.

Bovenaan de bladzijden staat steeds het hele alfabet.

De letter van de bladzijde heeft een andere kleur dan de rest van de letters.

De zachtgele achtergrond, het lettertype (dat veel voor het aanvankelijk lezen gebruikt wordt) en de kleuren van de letters zijn zo gekozen, dat de tekst door alle kinderen goed gelezen kunnen worden.

Dus ook door kinderen met dyslexie of een andere beperking op het gebied van lezen en schrijven.

Achterin het boek staat een overzicht van de letters van het alfabet in kleine letters en hoofdletters. In schrijfletters en leesletters.

 
TIPS 
De tips hieronder kun je bij Het abc van Tuk , Het grote abc van Tuk en Mijn eerste abc gebruiken.
 
In de kleutergroep
In veel kleutergroepen wordt al gebruik gemaakt van een lettermuur, een lettertafel of een letter van de week. 
In veel klassen hangen kaarten met de letters erop en daaronder de namen van de kinderen en de juffen en meesters, die met die letter beginnen. 
Met deze materialen kun je daar fijn op aansluiten.

Tips voor in de klas
Laat de plaatjes bij een letter zien. 
Benoem de plaatjes.
Zoek de letter van de bladzijde.
Juf/meester leest het versje voor. 
Rijm verder. 
Fantaseer verder. 
Bedenk met elkaar hoe de personages uit de versjes eruit zien. 
Verzin of de personages staan, liggen, zitten. 
Verzin of ze in een rijtje staan of achter elkaar. 
Hoe ze zich voelen. Hoe de personages heten. 
Ken je nog meer woorden die met die letter beginnen?
Met welke letter begint jouw naam?
Ga naar aanleiding van de versjes knutselen, kleien. 
Knutsel letters van klei, marsepein, koekdeeg, papier enzovoort.
De juf/meester tekent zelf iets op het bord. Klopt het met het versje?
Teken en schilder en klei letters. Maak letterkoekjes.
Schilder de plaatjes na.
Speel de versjes uit.
Maak met de kinderen een eigen abc-boek.
Als Betty bij jou in de klas komt, maak dan als voorbereiding of als bedankje een abc-boek naar aanleiding van Betty's boeken.
 
   
 
De barracuda komt uit het verhaal Monstervissen. Dino is mijn kat.
 

 
Wat leren de kinderen ervan?
Door de versjes voor te lezen en er verder mee te spelen, kun je ervoor zorgen dat de kinderen:
*letters en cijfers herkennen
*letters, klanken en cijfers makkelijk onthouden
*letters aan plaatjes koppelen
*letters aan klanken en woorden koppelen
*woorden aan beelden en dingen koppelen
*cijfers aan klanken koppelen
*cijfers aan hoeveelheden koppelen
*cijfers aan klanken aan woorden aan hoeveelheden koppelen
*fantasie ontwikkelen
*het kijken, vergelijken en zoeken verbeteren
*samen plezier beleven aan taal 
*rijmen leren
*tellen en rekenen leren 
*overeenkomsten en verschillen tussen klanken herkennen
*lachen om de gekke voorvallen
*de woordenschat vergroten
*taalgevoel krijgen
*ritmegevoel krijgen
*fonemisch bewustzijn vergroten
*geletterd worden
*getalsbegrip krijgen
*letters en cijfers en woorden en zinnen leren lezen
 
EERSTE LEESBOEKEN
     
Van de aap en de kip en Kim en Tom
Voor Veilig Leren Lezen schreef ik Van de aap en de kip en Kim en Tom.
Leesboekje 7 kunnen kinderen gemiddeld lezen na drie maanden leesonderwijs.
 
 
bestellen
 
Leesboekje 8 kunnen kinderen gemiddeld lezen na vier maanden leesonderwijs.
 
 
bestellen
 
Mik is dik, Jap is op Joz en Po was een muis
 
  
 
bestellen
 
Mik is dik gaat over olifanten. 
Jap is op Joz gaat over apen.
Po was een muis gaat over muizen. 
Elk boek bestaat uit drie delen.         
Het eerste deel is geschreven in AVI Start. Oranje balkje.       
Het tweede deel in AVI M3. Blauw balkje.
Het derde deel in AVI E3. Groen balkje.       
Het leuke is, dat kinderen die eigenlijk volgens de leestest AVI Start lezen, doorlezen in dit boek, omdat ze de verhaaltjes en de plaatjes zo grappig vinden.
Nu hebben we de kinderen precies waar we ze hebben willen: ze lezen uit plezier en gaan steeds moeilijker woorden herkennen en lezen. 
Door de woorden onder de pictogrammen te zetten, krijgen ze ook zonder enige moeite het woordbeeld te pakken van woorden die eigenlijk horen bij AVI M3-M4.      
Ik heb al tientallen keren kinderen van groep 3 laten voorlezen uit een lees-weet-boek. 
Ze lezen de pictogramwoorden moeiteloos voor en doen als vanzelf de bewegingen van de hoofdpersonen na. 
 
Elk lees-weet-boek is een eerste leesboek.
*Het is een prentenboek voor beginnende lezers. 
*Het is een dik boek.
*Het is een leerzaam boek.
*Het is een superleuk boek.
*Je kunt er heel kort in lezen.
*Je kunt er lekker lang in lezen.
*Je kunt er van alles mee doen.

Elk lees-weet-boek is een bijzonder boek.
*Het is helemaal in kleur gedrukt            
*met prachtige tekeningen van Pauline Oud      
*een boek op drie niveaus: AVI Start - E3        
*met pictogrammen, maar met de woorden eronder       
*sommige woorden horen bij AVI E5, maar zijn door de pictogrammen leesbaar voor kinderen uit groep 3
*met verhaaltjes           
*met spelletjes als ‘zoek de verschillen’, recepten en versjes            
*met knip- en kleurplaten            
*met weetjes, dus zakelijke informatie           
*op elke bladzijde een verteller (Tuk) en dialogen        
*elke bladzijde is uit te spelen          
*elke spread is op zichzelf te begrijpen       

Stillezen, hardop lezen, alleen lezen, samen lezen
*Iemand leest voor zichzelf in het boek.
*Iemand zoekt een woord op en leest het voor.
*Iemand leest één regel voor.
*Iemand leest alle tekst van één personage voor.
*Iemand leest de tekst van een bladzijde voor.
*Iemand leest de tekst van twee bladzijden voor.
Verhaaltjes, spelletjes en weetjes             
Elk lees-weet-boek bestaat uit
*een verhaaltje van 12 pagina’s met veel dialogen
*spelletjes, die de leesvaardigheid bevorderen               
*weetjes/zakelijke informatie over de hoofdpersoon
 
Tips voor in de klas
*Lees het verhaaltje voor.
*Laat de plaatjes zien.
*Speel het verhaaltje uit.
*Per bladzijde mogen twee of drie kinderen de handeling uitvoeren.
*Groepjes van drie of vier kinderen kunnen elke 'rol' hardop lezen.
*Laat nu de kinderen individueel stillezen. 
*Teken, trek over en kleur met de spelletjespagina’s.
*Doe de dansjes, de doe- en bewegingsspelletjes en de versjes klassikaal. 
*Lees de zakelijke informatie op de Weet je dit al?-pagina’s voor. 
Pictogrammen met de woorden eronder
Boven elk lang woord staat een pictogram. 
Maar het woord staat er wel onder. 
Zo snap je altijd wat het pictogram voorstelt en je leert uit nieuwsgierigheid lange woorden lezen.  
 
Wie is Tuk?
Het verhaal wordt verteld door Tuk. 
Op elke spread ( twee bladzijden) vertelt Tuk een stukje. 
Daarna praten de personages met elkaar. 
Als je snel moe van lezen wordt, kun je dus ook sommige stukjes lezen en andere stukjes overslaan. 
Of bijvoorbeeld maar twee bladzijden lezen. 
Elke spread is een afgerond geheel en dus op zichzelf te begrijpen. 
De dialogen en het Tuk-stukje zijn ook uit te spelen.
 
Hoofdletters en kleine letters
In mik is dik heb ik de naam van de olifant met een kleine letter geschreven. 
In Jap is op Joz heb ik ervoor gekozen alleen de namen van de apen met een hoofdletter te schrijven. 
De naam Joz eindigt bewust op een z. 
In het Nederlands komen weinig woorden voor die eindigen op een z. 
Maar tegenwoordig zijn er wel veel kindernamen, die op een z eindigen. 
De meeste kinderen weten dat hun naam met een hoofdletter geschreven wordt. 
Vanaf een jaar of 3 herkennen kinderen de eerste (hoofd)letter van hun naam in alle mogelijke lettertypes.
 
Mijn derde Van Dale
 
Mijn derde Van Dale bevat:

1000 woordbetekenissen

320 trefwoorden met meer dan één betekenis

160 betekenisverwante woorden

480 eenvoudige, maar echte definities

320 leuke verhalen met zelfleesregels voor beginnende lezers

300 tekeningen

 
 
bestellen
 

Achterin vind je:

Trefwoordenlijst op alfabet

Lijst met betekenisverwante woorden

Trefwoordenlijst op thema

Overzicht van hoofdpersonen

 

SAMENLEESWOORDENBOEK

Mijn derde Van Dale is het allereerste samenleeswoordenboek voor 6-8 jaar.

De verhalen staan in blauwe en zwarte letters.

Kinderen die net hebben leren lezen, kunnen de blauwe regels lezen.

Het zijn korte zinnen met eenlettergrepige woorden.

De zwarte regels kunnen voorgelezen of zelf gelezen worden door een gevorderde lezer. Natuurlijk mag iedereen alle regels lezen.

 

KINDERWOORDENBOEK

Mijn derde Van Dale is een speels samenleeswoordenboek voor kinderen vanaf 6 jaar.

In 320 verhaaltjes worden 320 woorden met meer dan één betekenis op een heldere en grappige manier uitgelegd.

Martine Letterie en Betty Sluyzer hebben ieder 160 verhaaltjes geschreven over apen, skeletten, astronauten, honden, koks, uitvinders, detectives, spinnen, kinderen, boeren, gevangenen, matrozen, aardige en supervervelende mensen, opa's, zussen, broers en nog veel meer.

In die verhaaltjes komen alle woorden voor.

Doordat ze in een verhaaltje staan, is het veel gemakkelijker om de woorden te begrijpen.

DE TREFWOORDEN

De trefwoordenlijst is gebaseerd op een wetenschappelijke lijst van de woordenschat die kinderen (zouden moeten) hebben als ze acht jaar oud zijn.

We hebben woorden gekozen die allemaal maar dan één betekenis hebben en waarvan we denken dat kinderen vanaf 6 jaar minstens één betekenis wel kennen.

 

DE OPBOUW VAN DE BLADZIJDEN

Bovenaan de pagina's staat het hele alfabet.

De beginletter van de woorden is gemarkeerd.

Op elke linkerbladzijde staan drie verhaaltjes.

Onder het trefwoord staan kort de verschillende betekenissen.

Onder de verhaaltjes staat een horizontale streep.

Daaronder staan simpele definities van de trefwoorden.

Op elke rechterbladzijde staat een langer verhaal bij één trefwoord.

Onder de streep staan drie definities.

Eén van het trefwoord en twee definities van betekenisverwante woorden.

 

DE ZELFLEESREGELS

De zelfleesregels in Mijn derde Van Dale zijn steeds blauw.

De letters zijn iets groter dan de zwarte letters.

Ze zijn geschreven voor kinderen die ongeveer een half jaar leesles hebben gehad.

We hebben alleen eenlettergrepige woorden gebruikt.

Alleen eigennamen die vaak voorkomen, hebben soms ook in de zelfleesregels twee lettergrepen.

Bijvoorbeeld Opa Luk.

THEMA'S

Achterin Mijn derde Van Dale is een trefwoordenlijst op thema opgenomen.

We hebben de woorden in deze thema's verdeeld: Beroepen Bouwen/maken Dieren Eten/koken Feest Gebruiksvoorwerpen Gedrag en gevoel Geld Geweld/misdaad/ruzie Gezond en ziek Hoe dingen eruitzien/aanvoelen Kleuren Kunst Lichaamsdelen Meubelen/inrichting Muziek/geluiden Natuur/platteland Oriëntatie in de ruimte Ruimte/wereld School/werk/lezen/rekenen Sieraden Spel/hobby Sport/bewegen Techniek/apparaten Temperatuur/weer Tijd Uiterlijk/verzorging Verkeer/vervoer/op reis Vuur Water/scheepvaart

WAT LEREN BEGINNENDE EN GEVORDERDE LEZERS ERVAN?

De woordenschat wordt gevarieerder en groter.

We hebben namelijk gekozen voor woorden die in de actieve woordenschat van 8-jarigen zouden moeten voorkomen.

Ze leren ervan dat woorden meer dan één betekenis kunnen hebben.

En dat daardoor veel verwarring en ook veel plezier kan ontstaan.

De trefwoorden worden in een betekenisvolle context, in een verhaaltje aangeboden, meestal ondersteund door een plaatje.

Kinderen leren verhaalstructuren kennen.

Ze krijgen meer tekstbegrip.

We hebben verhalen geschreven die spelen in de wereld van nu.

Verhalen over dingen die echt zouden kunnen gebeuren, maar ook sf en andere fantasieverhalen.

De personages zijn fantasiefiguren.

Er zijn verhaaltjes over apen, skeletten, astronauten, honden, koks, uitvinders, detectives, spinnen, kinderen, boeren, gevangenen, matrozen, aardige en supervervelende mensen, opa's, zussen, broers en nog veel meer.

Ze leren nadenken en omgaan met een woordenboek.

Onder de verhaaltjes staan echte definities, zoals ze ook in het Juniorwoordenboek kunnen staan.

 

TIPS

U kunt het boek van a tot z lezen.

U kunt thematisch te werk gaan.

Achterin staat een thematische index.

U kunt een kind een hoofdpersoon laten kiezen, op een plaatje bijvoorbeeld en dan samen het verhaaltje lezen.

Een dubbelzinnig woord dat u of een kind gebruikt, kan ook het uitgangspunt zijn.

Een andere leuke manier om met het boek te werken: Kies een trefwoord.

Vraag het kind wat het woord betekent.

Voorbeeld: Weet jij wat melig betekent?

Praat daarover samen en leg de betekenissen uit

1. op uw eigen manier

2. aan de hand van het plaatje

3. aan de hand van de definitie.

Lees daarna het verhaal of het versje voor.

Praat door over trefwoorden.

Als u bijvoorbeeld uitgelachen bent na dit verhaal, vraag dan: Nou, weet je nu wat melig is?

De pret zit er onder andere in, dat kinderen doorkrijgen dat je de verschillende betekenissen in de verkeerde situatie kunt gebruiken.

Dat doen cabaretiers en stand-up comedians voortdurend.

Plezier hebben in de betekenissen van woorden.

En de verschillende betekenissen kennen natuurlijk.

Dat is waar Mijn derde Van Dale om draait.

 

© Betty Sluyzer